vrijdag 12 februari 2016

★ Friday -Vrijdag de dertiende, dag vijf, zeven jaar geleden





Het is vandaag vrijdag. Vrijdag de dertiende. Ik ben vandaag 42 weken en vijf dagen zwanger, dat is op twee dagen na 43 weken. Het is niet te bevatten en je kunt het je niet voorstellen, tenzij je mij bent, het is mijn realiteit. Ik blijf vertrouwen houden zonder de geruststelling. Hoe het tot nu toe is verlopen is niet zoals je het vooraf zou kunnen bedenken en dat is maar goed ook. Maandag had ik zwangerschapsvergiftiging en moest Pepijn er zo snel mogelijk uit, er volgden zes gel pogingen, er was ineens geen zwangerschapsvergiftiging en ik mocht naar huis, ik bleef en er was het ballonnetje, nog steeds zwanger, geen baby in mijn armen.


Ik vertrek vroeg in de ochtend naar de verloskamer, ik heb krap twee centimeter ontsluiting, net genoeg om de elektroden erdoor te wurmen en op Pepijn zijn hoofd te plakken, wat moet om te kunnen monitoren hoe het met hem gaat. Ik krijg een infuus, de inleiding begint en hoe, mijn lijf kan zich er onmogelijk op voorbereiden, dit moet ik gewoon nemen zoals het komt. Ik lig daadwerkelijk in de verloskamer zonder dat ik er weer weg moet, om te bevallen, dat is nieuw voor mij, alles is nieuw voor mij. Ik ben er klaar voor, dat denk ik althans op dit punt. Er is iets niet goed, ik voel het, ik weet het, er klopt iets niet. Zoals gewoonlijk luistert niemand, we zien weer nieuwe gezichten, wederom weten ze niet wat er allemaal al aan vooraf is gegaan. Statussen verdwijnen, overleg is blijkbaar niet nodig, het is zo knullig dat je bijna niet gelooft dat het werkelijkheid is.

Mijn lijf geeft het op, er is teveel gebeurd, er is gerommeld en geprutst en nu is de boel in de war. Ik krijg het niet goed, mijn hoofd staat los van mijn lijf, ik heb er geen controle meer over, het gaat zijn eigen gang, ik krijg het niet meer in balans. Ik laat Anne-Roel de waarden oplezen, eindeloos, elke wee weer. Hij is het al snel zat, ik ben het zat en weet ook wel leukere dingen om te doen dan dit maar als ik niets te kiezen heb, hij ook niet. Mijn lijf trekt zich immers niets aan van het protocol, natuurlijk verloopt ook dit niet zoals het hoort. Hij zegt me dat de wee afzakt, hij zakt niet af, het blijft zoals het is en trekt zich niets aan van de stijging en de daling op de monitor. Het is een hele grote dikke vette enorme allesomvattende wee en hij zakt niet af. Er is geen puffen en even op adem komen, er is puffen en voorkomen dat ik niet aan het hyperventileren sla, ik kan geen seconde op adem komen. Dit is niet zoals het hoort te zijn, weer niet. Ik kots in een grote straal alles wat ik in me heb uit over mezelf, het bed en mis helaas net de verpleegkundige.

Mijn moeder werkt in het ziekenhuis, het ziekenhuis waar zij zo lovend over is en wilde niet zoveel horen over onze klachten. Tot nu toe. Ze staat naast mijn bed en aanschouwt, vol ongeloof. Ze besluit mijn bed te verschonen, mijn pyjama kapot te knippen en me iets schoons aan te trekken, zo goed als het kan met het infuus aan mijn arm. Niemand laat zich verder zien. Ik zeg dat ik niet verder kan, ze kent me, ik zeg dit nooit, ik meen het. Het gaat niet goed, er klopt iets niet en er moet iets gebeuren. Vanwege de pijn, de uitputting en de angst dat er iets met Pepijn kan gebeuren ben ik niet meer in staat normaal te communiceren, ik kan alleen uiten dat de grens is bereikt. Op deze manier is het onmogelijk voor mij om de bevalling aan te kunnen, twee weken eerder en ik had het fluitend kunnen doorstaan, nu kan ik niet meer. Ze verdwijnt om iemand te zoeken, als ze erop aandringt opperen ze met tegenzin een ruggenprik en ik zeg volmondig ja. Ik word met bed en al naar de afdeling anesthesie gebracht, twee verpleegkundigen aan mijn bed die niet verbergen hoe vervelend ze mij vinden. Ik ben er gelukkig niet toe in staat, anders hadden ze elk mijn voetafdruk middenin het chagrijnige gezicht.

Ineens word ik een andere wereld ingeschoven.
Wij nemen het wel over, zegt een vriendelijk gezicht. Een vriendelijk gezicht! Ze zijn er echt, verstopt op een hele andere afdeling. Ze bekijkt mijn status, kijkt van mij naar de status en ik zie wat ik de hele week al zo graag had willen zien, warmte, begrip, zelfs een beetje waardering. Ze vraagt me of ik er echt al zo lang ben, wat is er veel met je gebeurd, wat ben je al lang zwanger. Ja, ja, ja! Ik wil haar omhelzen, zoenen, alles, wat ik ook echt had gedaan als ik niet crepeerde van de pijn. Ze zet de ruggenprik terwijl ze me steeds vraagt hoe ik me voel, ik doe er toe, in dit hoogzwangere dikke lijf zit echt iemand, fijn dat hier eindelijk aandacht voor is. Ik ga weer liggen en voel de pijn uit mijn lijf vloeien, of eigenlijk de pijnstilling die de pijn verdrijft mijn lijf invloeien. Ik weet nog steeds niet wat de grootste oorzaak is, de ruggenprik of de oprechte liefdevolle aandacht van mevrouw anesthesie maar ik ben er weer en ik wil terug, tijd om te bevallen.

Op de terugweg naar mijn verloskamer kunnen zelfs de twee chagrijnen aan mijn bed mijn humeur niet verpesten. Ik vertel honderduit over het warme anesthesie bad, de professionaliteit, de vriendelijkheid, het vertrouwen en de boost wat dat je geeft en hoop dat ze er iets van opsteken maar ik weet beter. Een te hoge werkdruk mag in mijn ogen nooit de reden zijn om mensen te behandelen zoals zij doen maar ik besluit verder mijn mond te houden. Uiteindelijk is het in het leven zo dat je vanzelf eens met je neus wordt gedrukt op de dingen die je hebt gedaan, ze zullen hier nog eens aan terugdenken en wensen dat ze het anders hadden gedaan. Net als bij mij het geval was geweest als ik ze daadwerkelijk in hun gezicht had geschopt. Ik heb er weer zin in, kom maar op, ik ga mijn kind op de wereld zetten. Het is van korte duur, al snel is de pijn weer net als daarvoor, geen moment verdwijnt het, ik zit er weer middenin. Het is weer mis.

Ik kan niet uitleggen wat het met je doet als mensen je behandelen alsof je een vervelend ongehoorzaam kind bent terwijl je zoveel pijn hebt. Het is vreselijk om totaal afhankelijk te zijn van mensen die niet geloven wat jij zegt, je niet serieus nemen en alles over een kam scheren, alle vrouwen, alle bevallingen, dit is zoals het hoort, zo gaat het altijd, etc. Terwijl je dagenlang bewijs hebt dat het bij jou niet loopt zoals het altijd loopt en je hebt vertelt dat er al zoveel dingen zijn geweest in je leven die anderen niet kunnen verklaren maar in mijn geval wel werkelijkheid zijn. Er is niets zo onredelijk dan te worden behandeld als een aansteller als je juist sterk bent, als je al veel voor je kiezen hebt gehad en dat zonder mokken hebt doorstaan. Mijn moeder staat erop, er moet iets gebeuren, het is voor het eerst in mijn leven dat ik blij ben met haar bemoeienis, ik had haar verboden te komen, ik heb haar nodig. Met tegenzin en het bekende zure gezicht verhogen ze de pijnstilling. Ze kunnen het niet laten te zeggen dat ik nog maar aan het begin sta, dit is nog niks en ze kunnen slechts twee keer de pijnstilling opschroeven. Ik negeer ze zoals ik al dagen doe en vertrouw op mezelf, de pijn is echt, zo'n goede acteur ben ik niet, ik stel me niet aan.

Als we twaalf uren verder zijn, komt de kleine roodharige weer even fijn voelen, zij is een van de schatzoekers, alsof er goud aan mijn baarmoeder kleeft, zachtaardig toucheren doet ze niet aan. De ontsluiting komt niet op gang, er is niets veranderd, we staan nog steeds op hetzelfde punt als vanochtend vroeg. Terwijl ze haar hand uit me haalt hoor ik dat mijn moeder vraagt wat er op haar hand zit. Aarzelend zegt ze dat Pepijn heeft gepoept. Ik heb de angst nooit eerder uitgesproken, alsof het een te groot risico was om hardop te zeggen, alsof de kans dan groter zou zijn. Er mag niets met Pepijn gebeuren, hij is de enige reden waarom ik deze hele week kalm ben gebleven, ik kalm, hij kalm. Hij moet eruit, nu. Ze aarzelt nog even maar voelt dan de druk van drie mensen en zegt met tegenzin dat ze dan even moet overleggen. Als ze terugkomt zegt ze dat ik twee opties heb, opnieuw een ruggenprik en het nog eens proberen of een spoedkeizersnede. Ze zegt er nog even achteraan dat ze hoopt dat we kleren voor hem hebben want dan is hij er over een kwartier al.

Ik word naar de OK gereden. De anesthesist bekijkt mijn rug en verteld dat het slangetje is losgeraakt. Het zit tegen mijn rug geplakt, niet in. De verhoging van de pijnstilling had geen enkele nut, de vloeistof spoot tegen mijn rug aan, vandaar dat ik er niets meer van merkte. Opluchting, ik ben niet gek, de pijn was echt, er was geen pijnstilling meer. Ik vraag of we het dan weer moeten proberen. Hij kijkt me aan en zegt dat er al zoveel is gebeurd en ik al zoveel heb doorstaan, het is nu genoeg geweest, we gaan je baby halen. Ik ben diep geroerd door deze ogen, dat is alles wat ik zie tussen het blauwe lapje op het hoofd en voor de mond. Ik wil zo graag mijn kind, ik wil dat hij veilig in mijn armen ligt, bij mij, zijn moeder. Terwijl de ruggenprik wordt gezet, vraagt de gynaecoloog of ik geen weeën heb, die heb ik niet, zodra ik van het infuus kwam stopte het. Hij kijkt verwonderd.

Ik lig op mijn rug en kan geen adem halen. Ik denk dat ik stik, ik probeer een teug lucht binnen te halen maar het lukt niet. Er gebeurt niks, mijn mond en neusgaten staan wijd open maar ik kan niet inademen. Ik kijk om me heen en zie blauw, ik geef een ruk aan het blauwe jasje terwijl ik mezelf opleg rustig te blijven, maar ik moet lucht, nu. Ik krijg een slangetje in mijn neus en schud mijn hoofd, niks, ik krijg een kapje op mijn mond en probeer diep in te ademen, het lukt niet. De kalme mannenstem zegt me dat ik niet kan ademen zoals ik normaal doe, door de eerste ruggenprik moest de tweede hoger worden gezet, daardoor is een groter deel van mijn lijf verdoofd en lukt het me niet om zoals gewoonlijk adem te halen. Ik krijg teugjes lucht toegediend, het duurt even voor ik het kan rijmen en me eraan kan overgeven.

Een hele flinke baby naast mijn hoofd, Pepijn. Eindelijk. Doordat ik me zo concentreer op mijn niet ademen maar wel lucht binnenkrijgen lukt het me niet te huilen, ik voel de emotie maar mijn lichaam heeft even iets anders te doen. Ik wil hem in mijn armen maar even snel als hij er was is hij ook weer weg, met zijn vader mee, weg van mij. Ze vertellen mij dat het een flinkerd is met een dikke tien op de Apgar score, hij is gezond en wel met zijn papa mee. Het zit er op, het is voorbij, eindelijk na 42 weken en vijf dagen ben ik niet meer zwanger. Ik ben mama, ik heb een baby en hij is een dikke tien maar dat wist ik al. Op de uitslaapzaal voel ik me vreemd, dat zal er wel bij horen. Ik krijg verband tussen mijn benen geduwd en een dikke slang onder mijn dekens. Een stofzuiger, alleen blaast deze warme lucht en zuigt niks op, jammer, ik zou best wat vet weg willen hebben. Ineens zie ik mijn heerlijke echtgenoot trots aan komen lopen met een glazen bakje, een blauwig wolkje, wolk, mijn wolk, Pepijn. Ik wil hem bij me en knuffel met hem, er is geen groter geluk dan dit. Hij is er, zeg ik tegen Anne-Roel en hij zegt dat hij trots op me is. Heb je goed gedaan, pop.

Er is iets fout. Anne-Roel moet wachten op de gang. In mijn kamer op de kraamafdeling twee verpleegkundigen die mijn bed willen verschonen. Alle alarmbellen in mij rinkelen, er is iets heel erg fout. Ik zeg het tegen de verpleegkundige, zie hoe zij zich omdraait, zie haar bekende geërgerde gezichtsuitdrukking omslaan in paniek en ik glij weg. Niets. Ik voel me fijn, het lijkt zo lang geleden dat ik me zo voelde. Ontspannen, met een lichte gloed over mijn hele lijf, er is geen lijf, er is alleen het niets maar zoveel gevoel. Er is alleen maar heel veel fijn en net als ik me eraan wil overgeven is er de schok. Dit is niet goed, als ik me hieraan overgeef is het einde verhaal en kom ik nooit meer terug, nooit. Een heel klein deel van mijn bewustzijn wil zich hier graag aan overgeven, er is zoveel gebeurd, ik heb dagenlang zoveel pijn gehad, ik ben zo vreselijk moe. De rest schreeuwt om mijn man, mijn zoon, ik hoor bij hen, ik wil bij hen. Ineens zit ik er in, mijn lijf, ik voel intense pijn, iemand drukt op mijn buik, ik hoor ze zeggen dat er allemaal bloed uit me komt. Ik hoor de paniek, wat moeten we doen, wat is er aan de hand, er zijn meerdere mensen in de kamer maar ik heb nog steeds geen zicht. Ik zit weer in mijn lijf maar ik kan niets doen, ik kan niet zien, ik kan niet bewegen. Ik hoor alles. Alles wat ik niet wil horen.

Ineens hoor ik iemand zeggen dat mijn bed rechtop moet, al snel kan ik weer zien. In de deuropening Anne-Roel, zo zag ik hem nooit, ik zie aan hem hoe slecht ik er uit moet zien, het doet me pijn hem zo te zien. Ik wil uit bed stappen, zijn armen in, ik wil zeggen dat het goed komt, vertellen wat er net allemaal is gebeurd en uitleggen dat het moment voorbij is. Dat ik niet doodga, bijna wel maar nu niet meer. Alles om die blik in zijn ogen weg te krijgen. Ik kan niets, lig hulpeloos in dat bed, ik hoor en zie maar bewegen lukt niet, ik ben te zwak. Ik durf het niet te vertellen waar al deze mensen bij zijn, al die mensen die mij de hele week al niet willen horen. Ze zeggen hem dat hij er rekening mee moet houden dat ik niet terug kom, dat het fout kan aflopen. Het klopt niet, dat zal niet gebeuren, ik weet niet hoe ik hem dat duidelijk kan maken en vraag alleen nog of hij bij Pepijn wil blijven, ik ben zo terug.

Onderweg naar de OK zie ik hoe de mensen die wij onderweg tegenkomen naar mij kijken. Nog meer bevestiging van hoe slecht ik ervoor sta. Er komen mensen aangehold, ik heb ze aan het rennen gekregen, er is haast, er is spoed. Ik zie bekende gezichten, ik was hier net nog en zeg dat het me spijt dat ze nog niet naar huis kunnen. Ik weet nog niet dat het nachtwerk wordt voor ze. Ze zeggen dat dit niet de afspraak was. Direct na de keizersnede, vlak voor ze me dichtnaaien, vraag ik of ze ook een deel van mijn buik willen wegsnijden en de boel lekker strak aan elkaar kunnen naaien, waarop zij antwoorden dat ze daar geen tijd meer voor hebben. Hun dag zit erop. Iemand zegt me nadrukkelijk dat ik in goede handen ben, we laten je niets overkomen. Hij bedoelt dat ze me niet dood laten gaan en ik weet dat, ik heb mijn moment al gehad, vanaf nu komt alles goed.

Vijf uren later word ik wakker. Ik zie twee mannen achter de balie staan, kapjes op het hoofd, niets voor de mond. Ik vraag of ze geen beschuit met muisjes hebben, ik ben net mama geworden. Ze kijken me aan met grote verbazing en zeggen dat ik zo naar hem toe mag. Ik kom aan in de laatste verloskamer die ik nog niet had gezien, de tweelingenkamer en zeg iets te vrolijk tegen Anne-Roel dat ik er alweer ben, alsof ik vijf minuten ben weggeweest, het voelt alsof ik maar vijf minuten weg ben geweest. De klok verteld me dat er meer dan vijf uren zijn verstreken en ik besef dat hij vijf uren lang hier heeft gezeten, alleen, met de laatste woorden van de verpleegster in zijn achterhoofd, dat hij er rekening mee moet houden dat het niet goed afloopt. Met voor zich dat glazen bakje en daarin een baby, zijn baby, zijn zoon. De eerste baby die hij in zijn armen heeft, zijn grote warme sterke armen, zijn vader armen. Ik ben er weer en ik ga nooit meer weg. Ik hou zielsveel van hen.






17 opmerkingen:

  1. Wow Susanne, wat een ontzettend heftig verhaal. En wat heb je het prachtig geschreven. Gelukkig hebben jullie er een mooie zoon gekregen en bij jij helemaal hersteld. Wat een bizarre dagen moeten het voor jullie zijn geweest destijds. X

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Heftig hè, niet wat je verwacht als je zwanger bent, gelukkig maar. Inmiddels alweer zeven jaar genieten van zoon (en heel af en toe ook even niet ;-). Liefs!

      Verwijderen
  2. Wat vreselijk om mee te maken, ik hield het niet droog.
    Wat een respect voor jou!
    en ook dat je het zo mooi weet op te schrijven, lees altijd met veel plezier jou blog

    BeantwoordenVerwijderen
  3. pfffffff, wat heftig jouw hele verhaal en dan te bedenken dat je nog een tweede keer moest bevallen.......hoop dat dat wel goed is gegaan !!!!!
    Lieve groet,
    Stella

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Tweede keer was op afspraak, ik werd keizerlijk behandeld, het was weer niet zoals het hoort maar niets vergeleken met de eerste keer. Het ligt aan mezelf, mijn baarmoeder laat het afweten, ik zal nooit zelf kunnen bevallen. Geeft niks, ik heb twee heerlijke kinderen..
      Liefs!

      Verwijderen
  4. Ohh. Pff. Stilte.

    Gefeliciteerd met de geboorte van Pepijn...!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wat een heftig verhaal, Susanne! En wat heb je het mooi en ontroerend verwoord.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Dit wil toch niemand meemaken ... ik had iets soortgelijks maar dan in Belgie ... en hier loopt alles anders ... ik was héél de nacht aan je verhaal aan het denken en dacht wanneer gaat hij nu komen ;-))

    Liefs Petra

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wat vervelend dat je iets soortgelijks had, ik heb de afgelopen dagen heel veel verhalen gelezen van dappere moeders, het is niet zo vanzelfsprekend dat het wel goed gaat.
      Je kunt nu wel weer lekker slapen, dat scheelt ;-)
      Liefs!

      Verwijderen
  7. Wat ontzettend dapper dat je het nóg een keer hebt aangedurfd.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Als je mij zou kennen kijk je er niet van op ;-)
      Er waren nogal wat in mijn omgeving die pas opgelucht konden ademhalen vanaf het moment dat Annabel was geboren.
      En ik mag geen derde keer meer, werd me vriendelijk verzocht. Ik tel mijn zegeningen met twee heerlijke kinderen, het is goed zo.
      Liefs!

      Verwijderen
  8. Oh Suus,ik heb wazig gezien,jouw hele verhaal lang..
    Oh my goodness..
    Wat moet jij je machteloos/wanhopig hebben gevoeld..jeeh..
    Wat heerlijk is dat jullie het beide overleefd hebben...
    Hier ook geen bevallingen die volgens het boekje gingen (wel thuisbevallingen) maar ik ben er ook nog en mijn kinderen hebben het overleefd..
    Wel zit hier behoorlijke leeftijdsverschil tussen beide kinderen,de oudste is 13 en de jongste 8..
    Ook hier geen 3 of zelfs 4e meer..nou ja so be it..ik tel ook mijn zegeningen..
    Ik wil je een HELE dikke knuffel geven..
    Liefs Chris

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Jeetje, ik lees nu pas je reactie!
      Het was inderdaad machteloosheid en wanhoop. Nu ik dit typ lijkt het alweer zo lang geleden en toch weet ik dat het in februari weer voelt als gisteren, gek hoe dat werkt.
      Wat vervelend dat jouw bevallingen ook niet volgens het boekje gingen, fijn dat het wel goed is gekomen.
      Tussen mij en mijn zusje zit 16 jaar, ik was tot mijn 16de enig kind, dus dat leeftijdsverschil van 13 en 8 is niks joh ;-)
      Hele dikke knuffel terug, liefs!

      Verwijderen
    2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

      Verwijderen

Love to hear from you!